Samenwerking met vormingsfondsen

VIVO ontstond vanuit de nood één stem te hebben ten aanzien van de vragen naar samenwerking met Vlaamse overheden en andere partners, op het vlak van vorming en tewerkstelling.

VIVO had als voornaamste doel:
De opleiding, werkervaring en bij- en omscholing van werkzoekenden en de permanente vorming van werknemers in de social-profitsectoren bevorderen, opvolgen en deelsgewijs verwezenlijken, aanvullend op de eigen inspanningen van de voorzieningen.

In de social-profit sector zetten de sociale partners zich in om vorming, training en opleiding te stimuleren door de oprichting van sectorale vormingsfondsen, ook wel 'fondsen risicogroepen' genaamd. Het eerste fonds aan Vlaamse zijde is opgericht eind jaren tachtig. De meeste fondsen hebben het statuut van een fonds voor bestaanszekerheid. De sectorale werkgevers en werknemersorganisaties beheren er samen de inkomsten. Meestal komt dat neer op 0,10 percent van de brutoloonmassa van de werknemers uit de sector. Dit is de minimale verplichte bijdrage om in te zetten voor acties gericht naar (zogeheten) ‘risicogroepen’ (of kansengroepen). Deze worden per sector verder gedefinieerd door middel van een cao. De vormingsfondsen zetten met de middelen diverse vormingsinitiatieven op.

VIVO werkt intens samen met de Vlaamse vormingsfondsen.

 
 Het vormingsfonds voor de gezinszorg 
   Het vormingsfonds voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen en –diensten
    Het vormingsfonds voor de socioculturele sector
    Het vormingsfonds voor de Vlaamse welzijns- en gezondheidssector
   Het vormingsfonds voor de sector van de lokale diensteneconomie
   Het vormingsfonds van de sociale werkplaatsen
      Het vormingsfonds van de beschutte werkplaatsen
   
Deze samenwerking zorgt ervoor dat de sociale partners van de verschillende sociale fondsen het Vlaams beleid met betrekking tot vorming en opleiding kunnen stroomlijnen.

Ook met de federale vormingsfondsen (Ziekenhuizen, Ouderenzorg en Gezondheidsinstellingen en –diensten) wordt samengewerkt, via de overkoepelende vzw FE-BI.