Kinderbegeleider duaal organiseren

In de opleiding kinderbegeleider duaal zijn jongeren meer dan 60% van de tijd op de werkvloer. Als erkende werkplek leid jij mee de kinderbegeleider van de toekomst op.

Afbeelding
kinderbegeleider duaal

Werk jij mee aan de instroom van goed opgeleide kinderbegeleiders?

De opleiding kinderbegeleider duaal start tussen 1 en 30 september en duurt tien maanden. Tijdens deze tien maanden doet elke jongere ervaring op in een voorschoolse kinderopvang als een buitenschoolse groepsopvang.

De jongere is gemiddeld twintig uur per week op de werkvloer en volgt het werkschema van een contractuele medewerker. De jongere start steeds in de voorschoolse kinderopvang en dit gedurende minimaal vijf maanden en maximaal zeven maanden. Daarna volgt er een periode waarin ze worden tewerkgesteld in een buitenschoolse groepsopvang. Ze doen daar minimaal drie maanden en maximaal vijf maanden werkervaring op. Gedurende deze periode zijn ze minimaal vijf dagen in de vakantiewerking actief. Op deze manier leren ze elk facet van de buitenschoolse groepsopvang kennen.

In het kader van een brede inzetbaarheid van de jongeren op de arbeidsmarkt is er de mogelijkheid om jongeren voor maximaal ¼ van de werkplekcomponent werkervaring op te laten doen tijdens de periode van de buitenschoolse opvang.

Een kinderopvanginitiatief hoeft niet beide onderdelen van de opleiding aan te bieden om te kunnen deelnemen aan het duaal leren. Een jongere mag werkervaring opdoen bij twee verschillende werkgevers.

Een organisator die beide onderdelen van de opleiding aanbiedt, kan een jongere vanaf september tot en met eind juni in dienst nemen. De jongere start bij de baby’s en peuters maar kan in de vakantieperiode worden ingeschakeld in de buitenschoolse kinderopvang. Belangrijk is dat op het einde van het traject de jongere in beide componenten voldoende werkervaring heeft opgedaan.

  • De jongere volgt de opleiding kinderbegeleider duaal in één van de deelnemende scholen. 
  • De jongere wordt achtien jaar in de loop van het schooljaar.
  • Hij is medisch geschikt.
  • Het aanwerven van de jongere wordt voorafgegaan door een verplicht medisch onderzoek. De werkgever organiseert en betaalt dit onderzoek.
  • De jongere is van onberispelijk gedrag. Dit blijkt uit een uittrekstel uit het strafregister dat niet ouder is dan drie maanden op het moment van de effectieve start van de jongere.
  • De jongere beschikt over een attest van levensreddend handelen bij kinderen. De jongere kan niet starten op de werkplek zonder dit attest.

Bij aanvang wordt de jongere gescreend op arbeidsrijpheid. De klassenraad geeft een niet-bindend advies. Als werkgever bepaal je zelf met welke jongere je graag in zee gaat. Een sollicitatiegesprek is zeker mogelijk.

De jongere wordt op bepaalde vlakken gelijkgesteld met een werknemer. Zo bouwt hij dezelfde sociale zekerheidsrechten op als werknemers. Bijgevolg kan de jongere ook ingeschakeld worden als kinderbegeleider in een kwalificerend traject en meetellen voor de kindratio.

Deze jongere telt dan ook mee in de berekening van de gemiddelde leeftijd. Er zijn daarbij wel twee voorwaarden:

  • Een jongere wordt steeds bijgestaan door een gekwalificeerde kinderbegeleider
  • Een ongekwalificeerde kinderbegeleider telt enkel mee voor de kindratio als in het geheel van de organisatie drie VTE gekwalificeerde kinderbegeleiders zijn

De jongere kan ook ingeschakeld worden als ‘derde helper’, dus bovenop de reguliere kinderbegeleiders en zodanig niet meetellen voor de ratio. Op deze manier telt de jongere ook niet mee in de berekening van de gemiddelde leeftijd.

De jongere wordt tewerkgesteld met een overeenkomst alternerende opleiding (OAO) gedurende de duur van de opleidng. De overeenkomst begint op de eerste dag van het opleidingstraject van de jongere. Dit is een lesdag of een werkdag.

Een OAO is

  • Een tripartiete overeenkomst tussen werkgever, school en jongere
  • Een voltijdse overeenkomst en omvat de les- en werkplekcomponent. De jongere komt dus werken wanneer hij niet naar school gaat en geen recht op vakantie heeft. De vergoeding die de jongere krijgt, geldt dus voor beide componenten.

De Vlaamse overheid stelt een modelovereenkomst ter beschikking. Deze wordt verplicht gebruikt.

Aangezien er met een OAO wordt gewerkt, ontvangt de jongere een leervergoeding. Deze leervergoeding wordt berekend als een % van het gemiddeld gewaarborgd minimum maandinkomen en bedraagt € 560,90. Hierop wordt nog een RSZ-bijdrage betaald, al kan deze 100% gerecupereerd worden. Het is niet mogelijk om de jongere een hogere of een lagere vergoeding te kennen.

De jongere heeft geen recht op een eindejaarspremie, extra premies voor weekendwerk of maaltijdcheques. Eventuele andere onkosten worden terugbetaald conform dezelfde regeling als voor het gewone personeel (woon-werkverkeer, andere verplaatsingsonkosten, kledij).

De jongere heeft recht op hetzelfde aantal schoolvakantiedagen als jongeren die niet deelnemen aan duaal leren. Deze vakantiedagen kunnen wel in onderling overleg met de school en de werkplek op een ander moment worden opgenomen dan de specifieke schoolvakanties in functie van specifieke leeropportuniteiten. Bij een eventuele afwijking van de reguliere schoolvakantieperiodes raden wij aan om dit op voorhand goed af te spreken met de jongere en de school.

De jongeren hebben recht op een (beperkt) aantal betaalde vakantiedagen (maximaal twintig dagen). De betaalde vakantiedagen worden opgebouwd volgens dezelfde regeling als dat van het contractuele personeel. De overige vakantiedagen zijn onbetaald. Betaalde vakantiedagen komen in de plaats van onbetaalde vakantiedagen en zijn dus geen extra verlofdagen.

Zowel vanuit de overheid als vanuit VIVO en de Vlaamse vormingsfondsen zijn er verschillende ondersteunende initiatieven

Ook Ariana koos voor duaal leren. Bekijk hier haar verhaal.