Hoe combineer je leervormen? | Vivo

Hoe combineer je leervormen?

Niet elke leerbehoefte vraagt om één leervorm. Soms volstaat een opleiding of een andere leeractiviteit. Bij complexere leerdoelen helpt een combinatie van leervormen medewerkers om nieuwe kennis op te doen, te oefenen, ervaringen uit te wisselen en het geleerde toe te passen in hun werk.

Combineer niet zoveel mogelijk leervormen. Kies alleen wat medewerkers nodig hebben om het leerdoel te bereiken.

Zo kun je een opleiding bijvoorbeeld combineren met oefenen op de werkvloer, feedback van een collega en een moment van intervisie.

 

Leren kan op ontelbare manieren en onderzoek laat zien dat een bewuste mix van leervormen het leerproces aanzienlijk versterkt. Door diverse leermethoden samen te brengen, bereik je een optimaal resultaat.  

Leren doe je op ontelbare manieren. We onderscheiden drie vormen van leren

Wanneer combineer je leervormen?

Een combinatie is vooral zinvol wanneer medewerkers:

  • verschillende soorten kennis of vaardigheden nodig hebben;
  • niet alleen iets moeten weten, maar het ook moeten oefenen en toepassen;
  • leren van feedback, ervaringen van collega's of situaties uit hun eigen praktijk.

Dat betekent niet dat je voor elk leerdoel een opleiding of andere leeractiviteit nodig hebt. Kijk kritisch naar wat echt nodig is. Soms bied je een leeractiviteit aan, soms volstaat duidelijke informatie of documentatie en soms hoef je er niets mee te doen.

1. Bepaal wat medewerkers moeten leren

Begin bij het leerdoel. Wat moeten medewerkers na het leertraject weten, kunnen of anders aanpakken?

Maak daarbij onderscheid tussen wat medewerkers echt moeten leren en informatie die ze alleen moeten kunnen terugvinden. Niet alles hoeft in een opleiding aan bod te komen.

Zo voorkom je dat een leertraject onnodig uitgebreid wordt.

2. Bepaal wat ze nodig hebben om te leren

Bekijk vervolgens per leerdoel wat medewerkers helpt om het te bereiken.

Hebben ze:

  • nieuwe kennis nodig? Bied uitleg of informatie.
  • oefening nodig? Laat hen zelf aan de slag gaan.
  • feedback of begeleiding nodig? Zorg dat iemand meekijkt en feedback geeft.
  • ervaringen van anderen nodig? Breng medewerkers samen om kennis en ervaringen uit te wisselen.
  • praktijkervaring nodig? Geef ruimte om het geleerde toe te passen en ermee te experimenteren.

En stel jezelf telkens de vraag: is hier echt een leeractiviteit voor nodig?

Informatie die medewerkers alleen af en toe nodig hebben, kun je bijvoorbeeld beter helder documenteren zodat ze die op het juiste moment terugvinden. En wat niet relevant is voor het leerdoel, laat je achterwege.

3. Combineer wat elkaar aanvult

Kies daarna de leervormen die elk een duidelijke functie hebben in het leerproces.

Een opleiding geeft bijvoorbeeld een gemeenschappelijke basis. Tijdens het werk oefenen medewerkers nieuwe vaardigheden. Met feedback sturen ze bij. In intervisie bespreken ze hun ervaringen en leren ze van elkaar.

Een leertraject kan er dan zo uitzien:

opleiding → oefenen in de praktijk → feedback → uitwisseling met collega's

Of:

online leeractiviteit → praktijkopdracht → intervisie

De combinatie hoeft niet uitgebreid te zijn. Twee goed gekozen leervormen kunnen meer opleveren dan een lang traject met activiteiten die weinig toevoegen.

Zorg dat leren doorwerkt in de praktijk

Denk niet alleen na over hoe medewerkers iets leren, maar ook over wat ze nodig hebben om het geleerde in hun werk te gebruiken.

Kunnen ze voldoende oefenen? Is er ruimte om fouten te maken en bij te sturen? Kan een collega meekijken? Is er later een moment om ervaringen te bespreken?

Zo stopt het leren niet na een opleiding of andere leeractiviteit, maar krijgt het een plaats in het dagelijkse werk.

Een sterke leermix bevat dus niet zoveel mogelijk leeractiviteiten. Je kiest bewust wat medewerkers nodig hebben om te leren, te oefenen en het geleerde toe te passen. Wat geen meerwaarde biedt, laat je weg.