Kies een passende leeractiviteit met de de BI-matrix | Vivo
Alle tools

Kies een passende leeractiviteit met de de BI-matrix

Je weet wat medewerkers moeten leren. Maar hoeveel tijd en ondersteuning besteed je daaraan? Is een opleiding nodig? Volstaat duidelijke informatie? Of hoeven medewerkers dit misschien helemaal niet te leren?

De BI-matrix helpt je om die keuze te maken. Je bekijkt hoe complex én hoe belangrijk een leerdoel is. Zo krijg je een beter beeld van de aanpak die daarbij past.

Methodiek

Zo gebruik je de BI-matrix

Neem één leerdoel dat je wilt analyseren en stel jezelf twee vragen:

  1. Hoe complex is het leerdoel?
    Hoeveel inspanning vraagt het van een medewerker om dit te leren?
  2. Hoe kritisch is het leerdoel?
    Wat zijn de gevolgen als een medewerker dit onvoldoende beheerst?

De combinatie van beide antwoorden geeft aan hoeveel ondersteuning het leerdoel nodig heeft.

Niet alles is even moeilijk om te leren. Sommige kennis kan een medewerker eenvoudig opzoeken of zelfstandig verwerken. Andere kennis of vaardigheden vragen veel oefening, feedback of begeleiding.

Vraag jezelf af:

  • Hoe moeilijk is dit om te leren?
  • Hoeveel moet een medewerker hiervoor oefenen?
  • Is begeleiding of feedback nodig?

Hoe complexer het leerdoel, hoe meer ondersteuning medewerkers nodig hebben om het onder de knie te krijgen. 

Kijk vervolgens naar het belang van het leerdoel. Wat gebeurt er als een medewerker de kennis of vaardigheid niet of onvoldoende beheerst?

Vraag jezelf af:

  • Welke gevolgen heeft een fout?
  • Hoe belangrijk is dit voor de kwaliteit van het werk?
  • Moet een medewerker dit zelf beheersen of kan die de informatie opzoeken of hulp vragen?

Hoe groter de gevolgen, hoe kritischer het leerdoel.

Combineer nu de complexiteit en de kriticiteit van je leerdoel. De BI-matrix leidt je naar vier mogelijke keuzes.

matrix met 4 vakken, assen complexiteit en kriticiteit

Zet de leerdoelen in de matrix


 

Negeren

Is iets weinig complex én weinig kritisch? Dan hoef je er misschien geen aparte leeractiviteit voor te organiseren.

Niet alles wat een medewerker kan leren, moet ook deel uitmaken van een leertraject.

Documenteren

Is iets weinig complex, maar wel belangrijk? Zorg dan dat medewerkers de juiste informatie gemakkelijk kunnen vinden wanneer ze die nodig hebben.

Denk bijvoorbeeld aan informatie die je duidelijk documenteert en toegankelijk maakt.

Instrueren of faciliteren

Vraagt het leerdoel meer inspanning, maar zijn de gevolgen van fouten beperkt? Dan kan je medewerkers ondersteunen bij het leren en oefenen.

Welke aanpak het beste past, hangt af van wat ze precies moeten leren.

Investeren

Is het leerdoel zowel complex als kritisch? Dan is een grotere investering in leren aangewezen.

Denk aan een leertraject waarin medewerkers voldoende kunnen oefenen en begeleiding en feedback krijgen.

Van leerdoel naar leeractiviteit

De BI-matrix vertelt je niet automatisch welke concrete leervorm je moet kiezen. Ze helpt je eerst bepalen hoeveel ondersteuning een leerdoel nodig heeft.

Daarna kan je bekijken welke leervorm daarbij past. Misschien volstaat informatie die medewerkers zelfstandig kunnen raadplegen. Misschien leren ze beter van collega's op de werkvloer. Of misschien is een begeleide opleiding of een combinatie van verschillende leervormen nodig.

Analyseer elk belangrijk leerdoel afzonderlijk. Binnen één leertraject kunnen verschillende leerdoelen immers een andere aanpak vragen.

Maak je keuze met de BI-matrix

Neem je leerdoelen erbij en bepaal voor elk leerdoel:

Hoe complex is het? Hoe kritisch is het? En hoeveel ondersteuning is daardoor nodig?

Zo investeer je je tijd en middelen in leren waar ze het meeste verschil maken.

 

Bron: Handleiding 'Naar impactvolle opleidingen voor de toekomst' ontwikkeld in het kader van het ESF-566 Soft Skills.