Kwaliteitsvolle begeleiding van jongeren in verzorgende/zorgkundige duaal

Sta jij mee in voor de kwaliteitsvolle begeleiding van jongeren in de opleiding verzorgende/zorgkundige duaal? 

De opleiding verzorgende/zorgkundige duaal start tussen 1 en 30 september en duurt tien maanden. Tijdens deze tien maanden doet elke leerling ervaring op zowel in een residentiële werkplek als bij een dienst voor gezinszorg.

De jongere is gemiddeld twintig uur per week op de werkvloer en volgt het werkschema van een contractuele medewerker. Een goede begeleiding van de jongere is dus belangrijk. In onderstaand afsprakenkader wordt aangegeven hoe die begeleiding binnen de gezinszorg er uit moet zien. 

1. Voor de start van het effectieve werkplekleren van de jongere:

De werkgever:

De mentor

De mentor werkt bij de dienst voor gezinszorg en begeleidt de jongere op de werkvloer. Dit is meestal een verzorgende die is opgeleid tot coach. Voor de jongere is de mentor het eerste aanspreekpunt.

De mentor neemt verschillende rollen op namelijk als begeleider, ondersteuner, beoordelaar, helper in het leerproces. Hij leert de jongere ook taken aan. De jongere mag ook meelopen met andere verzorgenden.

De mentor wordt betrokken bij het evalueren en opvolgen van de jongere en staat in voor het geven van feedback en bijsturen. De mentor mag deelnemen aan de klassenraad.

De sectorverantwoordelijke

Deze persoon plant het werkplekleren en volgt samen met de mentor de jongere op.

De trajectbegeleider

De trajectbegeleider werkt in de school en is voor de werkgever het aanspreekpunt bij de opstart en de opvolging.

2. Begeleiden bij de verschillende fases van het werkplekleren

Introductie en onthaal

De jongere wordt voor de start onthaald op de dienst zelf om de structuur van de organisatie uitgelegd te krijgen. Op de eerste dag krijgen ze informatie over de cliënten. Daarna vertrekt de jongere naar de mentor, met wie ze samen de cliënten bezoekt. De school bezorgt een gedetailleerd leerplan aan de mentor. De mentor is op de hoogte van het individuele traject van de jongere zodat hij deze gericht kan opvolgen.

Werken onder begeleiding van de mentor

In het begin werkt de jongere samen met de mentor. De mentor laat de jongere eerst deeltaken onder begeleiding uitvoeren. Wanneer blijkt dat de jongere deze taken onder de knie heeft, worden grotere/complexere taken gegeven. Het leren wordt geëvalueerd in functie van verworven competenties en de zorgcontext.

Indien de evaluatie positief is, gaat de jongere onder verwijderd toezicht werken. De evaluatie gebeurt met de verschillende betrokken partijen.

Na de evaluatie komt er een document positieve evaluatie in het dossier van de jongere. Als er geen positieve evaluatie mogelijk is, wordt dit gemotiveerd in een verslag. Het leren onder toezicht wordt dan verlengd. Na die periode volgt er opnieuw een evaluatiemoment.

Werken onder verwijderd toezicht

De jongere gaat alleen naar de cliënten en voert de opdrachten onder verwijderd toezicht uit. Tijdens deze periode volgt de mentor de jongere verder op via wekelijkse feedbackmomenten. Deze feedbackmomenten gebeuren via mail, telefonisch, in een persoonlijk gesprek of gekoppeld aan een wijkwerking.

De wijze waarop wordt door de betrokken diensten bepaald. Het is mogelijk dat tijdens deze periode toch nog momenten worden ingelast van werken onder begeleiding van de mentor om bijsturen mogelijk te maken.

3. Evaluatie

Er worden verschillende evaluatiemomenten voorzien tijdens het begeleiden van de jongere.

Evaluatie ter voorbereiding van het werken onder verwijderd toezicht

De mentor, sectorverantwoordelijke en de trajectbegeleider bekijken of de jongere voldoende competenties heeft verworven om onder verwijderd toezicht te werken. Het tijdstip van deze evaluatie hangt af van de evolutie die de jongere maakte en is gemiddeld ongeveer na tien dagen.

Tussentijdse feedbackmomenten tijdens het werken onder verwijderd toezicht

De mentor houdt de vinger aan de pols. Op regelmatige basis is er overleg met de jongere omtrent zijn vorderingen, mogelijke werkpunten en nodige bijsturing. Deze feedbackmomenten gebeuren via mail, telefonisch, in een persoonlijk gesprek of gekoppeld aan een wijkwerking.

Indien er zich problemen voordoen, worden alle betrokken partijen onmiddellijk verwittigd. Indien nodig, wordt een overleg ingelast met alle betrokken partijen.

In het kader van de zorg voor de privacy van de cliënten gebeuren alle besprekingen met de trajectbegeleider buiten de zorgcontext van de cliënt. Gezien de privacy is het mogelijk dat de trajectbegeleider zelf geen observatie op de werkvloer kan doen en aangewezen is op de observatie van de mentor.

Eindevaluatie

Op het einde wordt een eindevaluatie voorzien met alle betrokken partijen.

Opvolgingsdocumenten

Van de vastgelegde evaluatiemomenten wordt steeds een verslag gemaakt. Het opvolgen van de jongere gebeurt aan de  hand van de voorziene documenten. Tussen de school en de werkgever wordt overlegd welke documenten door wie worden gehanteerd in het opvolgen en evalueren van de jongere.